In de eerste week dat ik in het Noordstation afstapte, wandelde ik steeds langs de zijkant naar buiten. Met rechts zicht op de Twin Towers van Belgacom het schuine wandelpad afwandelen, richting Rogierplein. Komende van het perron leek dat het makkelijkst. En gezien de kudde mensen die dezelfde uitgang nam ...
Je passeert dan Charles, de clochard die vlak naast de uitgang op enkele kartonnen dozen ligt te slapen, maar 's avonds met uitgestoken pet staat te bedelen. De man heeft nauwelijks nog tanden in zijn mond maar dat weerhoudt hem er niet van om te blijven glimlachen. Eerlijk is eerlijk, ik had het in zijn plaats al lang opgegeven. Totdat je het effectief meemaakt en ontdekt dat je sterker bent dan je denkt.
Dat laatste is overigens een wijsheid van mijn moeder die het me dikwijls onder de neus wreef nadat ook de tweede lange relatie stukliep. Ze heeft dan wel gelijk gekregen maar innerlijk ergerde het me toch mateloos.
Maar goed, het Noordstation, daar waren we. Bij de clochards, de daklozen. Langs de kantoorgebouwen zit niemand, op het Rogierplein al evenmin. Maar aan de overkant, voor de City 2 Offices, passeer je Rudy en Elsa met hun honden. Zo van die half grote zwarte gevallen met een bruine buik. Ik zweer het, een husky, een duitse scheper en een golden retriever, meer van die 'hondenmerken' herken ik niet. Elke ochtend zitten Rudy en Elsa klaar, honden braaf aan de leiband ,met hun achterwerk op de stoep. De honden, niet Rudy en Elsa.
Nog verder naar boven, aan het kruispunt met het parkeergebouw, zit Rémy. In een mandje naast hem, onder een dekentje, twee kleine hondjes. Zo van die gevallen die net te groot zijn voor Paris Hilton haar handtas. De beestjes kijken iedere keer weer even lief vanonder hun dekentje naar de voorbijgangers. Het zal wel aan mij liggen maar ik heb iedere keer iets meer medelijden met die beestjes dan met hun eigenaars. Die ik overigens ook graag allemaal een huis, een job en een liefhebbende man/vrouw zou geven.
Bijna boven, bijna aan de boveningang van de Kruidtuin (Botanique voor de fransgezinden onder ons), ligt Mohammed op het voetpad te suffen. Een Noord-Afrikaanse grootvader met grote grijze baard, dikke wintermuts en jas. De hele dag lijkt hij in dezelfde houding te blijven zitten. Leunend tegen zijn zak met eigendommen, de rechterarm gestrekt, handpalm als een kommetje naar boven. Naast hem een gedeukt conservenblikje met wat munten. Een tijdlang gaf ik hem telkens het overschot van mijn maaltijdcheque als ik een broodje was gaan eten. Tussen 50 cent en 2 euro is dat dan. Mijn geweten sussen denk ik.
Mohammed lijkt inmiddels verdwenen. Heb hem al sinds vorige week niet meer gezien.
Het wordt koud buiten.